Erfelijke aandoeningen bij de Cavalier King Charles Spaniël 


Dexter is nu een gezonde Cavalier. Maar Dexter is nu ik dit schrijf, nog maar vijf jaar. Ik weet zeker dat Dexter bij een goede fokster vandaan komt. Zijn moeder is gedekt door een Cavalier reu uit Engeland. Toch besef ik mij heel goed dat de kans toch redelijk groot is dat hij vanaf zijn zevende of achtster jaar gezondheidsproblemen kan krijgen. Ik ben dan ook het bangst voor hartritmestoornis.

Ook vind ik dat Dexter zijn snuit te kort is, met alle eventuele gevolgen van dien.

Maar, vooralsnog is Dexter Kerngezond!

(Bron: Rashondenwijzer)

Vier van de tien jonge rashonden hebben voor het zevende jaar een erfelijke ziekte.

Volgens (wetenschappelijk) onderzoek van genetici en ook volgens velen in de rashondenwereld zelf, kampen 4 van de 10 rashonden op jonge leeftijd met een erfelijke aandoening. Epilepsie, heupdysplasie, een chronische huidontsteking of een aandoening aan de ogen; allemaal ernstige erfelijke ziektes. Soms kampen rashonden zelfs met meerdere erfelijke ziektes tegelijk. Sommige rassen zijn zo doodziek dat de kans op een zieke hond veel meer is dan 4 op de 10. Bij de Cavalier King Charles Spaniël komt dit in de buurt van de 90%!

De oorzaak: inteelt

Raszuiver fokken betekent dat honden per definitie steeds meer verwant worden, tot ze na vele generaties bijna allemaal familie van elkaar zijn (inteelt). Dit is vastgesteld bij bijvoorbeeld de Nederlandse populatie van Golden Retrievers en bij de Drentsche Patrijshond. Maar in feite geldt het voor bijna alle rassen, zelfs rassen die wereldwijd verspreid zijn. Inteelt veroorzaakt veel van de (complexe) erfelijke ziektes waar rashonden onder lijden.

De oorzaak: uiterlijk

Een andere oorzaak ziet u op het plaatje hierboven. Door te fokken op een specifiek uiterlijk zijn de Cavalier King Charles Spaniëls in de loop der tijden misvormd geraakt. Ze hebben een te kleine schedel voor de hersenen en daardoor een zeer groot risico op neurologische aandoeningen. Het gevolg is ernstige en chronische hoofdpijn. Duitse Herdershonden hebben veel problemen met de rug en heupen door de aflopende rug, Franse Bulldogs kunnen slecht ademhalen door de korte snuit en bij Pekinezen vallen de bolle ogen er soms uit. Deze uiterlijke kenmerken worden notabene voorgeschreven in de rasstandaard, ondanks dat ze ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van de hond.

Hieronder heb ik een aantal, volgens mij, altans waar ik vaak van hoor, meest voorkomende ziektes beschreven.

Reverse sneezing, omgekeerd niezen. Oorzaak is een normaal gebleven verhemelte in een verkorte snuit. Het ontstaat meestal als de cavalier opgewonden is, soms na drinken, eten, rennen of aan de lijn trekken. Meestal duurt het enkele seconden, maar soms ook het ook enkele minuten aanhouden en meermaals per dag voorkomen. Je kan het stoppen door even over de keel te wrijven of de neusgaten even dicht te houden. Als de cavalier slikt, lost het probleem zich meestal op. Het kan ook als oorzaak een allergie of een irriterend middel hebben. Met dit probleem valt prima te leven.

Entropion. 

Bij Entropion (naar binnen krullende oogleden) komen de ooghaartjes op de oogbol te liggen, waardoor er irritatie kan ontstaan. Als wij er niets aan zouden laten doen, zou zijn oogbol worden beschadigd met zelfs blindheid tot gevolg.

Dexter is geopereerd en heeft sindsdien geen last meer. Wel moeten wij af en toe zijn oogjes schoonmaken, vooral in tijden van rond dwarrelend stuifmeel.

Syringomyelia, oftewel syringo

Dit is een steeds ernstiger wordende aandoening bij Cavalier King Charles Spaniels. Het wordt veroorzaakt door een misvorming van de schedel met als gevolg dat de schedel te klein is voor de hersens. Dit dwingt de hersenen uit te puilen in het achterhoofdsgat, in het ruggenmergkanaal. De vloeistof, die normaal door de hersenen en het ruggenmergkanaal circuleert, raakt geblokkeerd, waardoor de druk van de vloeistof omhoog gaat, hetgeen de vorming van holtes gevuld met vloeistof (syrinx) in de ruggengraat veroorzaakt. Deze holtes en de druk die zij uitoefenen op de zenuwuiteinden hebben vaak neurologische bijwerkingen en kunnen zeer pijnlijk zijn. Alhoewel syringo ook bij andere kleine rassen voorkomt, betreft het overgrote deel van de gevallen die veterinaire neurologen zien cavaliers. Sommige onderzoekers zijn van mening dat syringo gezien moet worden als het voornaamste gezondheidsprobleem in het ras.

Brachycefaal obstructief syndroom (BOS)

Het is een aandoening welke voorkomt bij de hondenrassen met een stompe of korte schedel. De schedel groeit uit tot een normale breedte, maar met een gereduceerde lengte. Deze hondenrassen hebben te weinig ruimte voor de structuren in de kop, waaronder het zachte gehemelte, waardoor dit relatief te lang is. Dit leidt tot belemmering van de ademhaling en hierdoor benauwdheid. Ook zijn bij deze rassen de neusgaten te nauw, wat de benauwdheid verergert. Honden met BOS vertonen milde tot ernstige verschijnselen van benauwdheid, afhankelijk van de mate van vernauwing. De verschijnselen zijn voornamelijk een verminderd uithoudingsvermogen, snurken, ademhalen door de mond, kokhalzen, rusteloze slaap, blauwkleuring van de slijmvliezen en flauwvallen. Ook hebben veel honden last van maag-darmklachten, zoals kokhalzen en braken, vooral ten gevolge van een afwijkend adempatroon.

Primaire secretoire otitis media 

Dit is een ooraandoening, waarbij ontsteking en slijmerige inhoud in het middenoor aanwezig is. Het middenoor bevindt zich tussen het binnenoor en het trommelvlies. Het slijm ontstaat door een verhoogde productie en/of een verminderde afvoer ervan. Door het slijm raakt het middenoor verstopt, neemt de druk in het middenoor toe en wordt het trommelvlies naar buiten geduwd. De aandoening veroorzaakt veel pijn in het hoofd, dat kan uitstralen naar de nek. De hond zal de kop gestrekt of scheef houden, schudden met de kop, krabben aan de kop en oren en kermen van de pijn. Daarnaast kan het evenwichtsorgaan verstoord raken en zenuwen van de kop aangetast worden waardoor de lippen en oren gaan afhangen. Ook kunnen doofheid, toevallen en ernstige vermoeidheid optreden.

Epilepsie vindt plaats als gevolg van abrupte, tijdelijke verstoringen van de elektrische activiteit van de hersencellen. Hierdoor ontstaan toevallen of epileptische aanvallen, wat zich kenmerkt als aanvalsgewijs en herhaaldelijk optreden van abnormaal gedrag. Dit abnormaal gedrag is vaak een vermindering of afwezigheid van het bewustzijn en het optreden van spierkrampen. De ernst en duur van zo’n aanval kunnen zeer verschillen per aanval en tussen individuen en rassen. Epilepsie wordt onderverdeeld in een primaire (erfelijke) en een secundaire (door toedoen van onderliggende oorzaak) vorm. Primaire epilepsie, oftewel genetische of erfelijke epilepsie, vormt een groot probleem bij hondenrassen. De eerste aanval treedt vaak tussen 6 maanden en 5 jarige leeftijd op. Epilepsie komt voor in alle hondenrassen, bij bepaalde hondenrassen vaker dan bij andere, en bij ernstige gevallen van epilepsie kan euthanasie noodzakelijk worden geacht.

Myxomateuze mitralisklepinsufficiëntie 

(mitralisklepdysplasie) is een hartaandoening ten gevolge van een afwijking aan de linkerhartklep, waardoor bloed terugstroomt in de linkerboezem en hartfalen zal optreden. De hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed in één richting stroomt, namelijk vanuit de rechterharthelft, via de longen om verse zuurstof te verkrijgen, naar de linkerharthelft en zo naar de rest van het lichaam om de weefsels van zuurstof te voorzien. Door de afwijking aan de linkerhartklep stroomt een deel van het bloed terug naar de linkerboezem. Hierdoor neemt de hoeveelheid bloed in de linkerharthelft toe, waardoor het hart harder moet pompen om het bloed weer weg te pompen. Doordat de lekkage aanwezig blijft, zal het hart steeds harder en harder moeten pompen en raakt uiteindelijk uitgeput. Dit leidt uiteindelijk tot (linker)hartfalen.

Doordat het hart niet meer in staat is om het bloed naar de rest van het lichaam te pompen, hoopt het bloed zich als het ware op in het hart. In geval van een probleem in de linkerharthelft zal het bloed zich steeds verder ophopen op de plaatsen vlak voordat het bloed in het hart aankomt. Het bloed stroomt vanuit de rechterharthelft via vaten in de longen naar de linkerhelft van het hart. Het bloed hoopt zich nu op in deze vaten, wat uiteindelijk zal leiden tot vochtuittreding uit deze vaten ten gevolge van het grotere volume en daardoor grotere druk aan bloed in deze vaten. Hierdoor kan vochtophoping in de longen ontstaan (“vocht achter de longen”). Door het vocht in de longen wordt de ademhaling zeer bemoeilijkt en zal de hond gaan hoesten.

<span>%d</span> bloggers liken dit: